Balanced scorecards geven ondernemingen een zeer krachtige tool om doelstellingen:
- Correct en nauwkeurig te ontwerpen en te plannen
- Af te stemmen op uw organisatie en medewerkers
- Te behalen met een toename in kwaliteit van de organisatie
Balanced scorecards stellen ondernemingen blijvend
in staat:
- De resultaten af te stemmen op de doelen van de onderneming (en niet andersom!)
- De activiteiten altijd gericht te houden op de bedrijfsstrategie
- De inspanningen van de medewerkers in overeenstemming te brengen met de
doelstellingen
- De prestaties van het bedrijf in zowel omzet als kwaliteit continu verder
te verbeteren
- Aan te geven welke richting de onderneming zal moeten inslaan
- De resultaten op evenwichtige wijze over de diverse groepen van belanghebbenden
te verdelen
In deze training komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- Het prestatieprobleem van ondernemingen
- De voorbereiding van het project
- Projectmanagement bij de implementatie van scorecards
- De fasen van balanced scorecards:
- Inventariseren:
in deze fase verzamelt u de gegevens. Dat doet u aan
de hand van de strategische doelstellingen van uw organisatie en de maatregelen
en zakelijke doelstellingen van de hoogste leiding van uw onderneming. Daarnaast
kijkt u naar de resultaten van uw eigen werkgroep, de operationele kernprocessen,
de verwachtingen van de klanten en de eisen die bijvoorbeeld aan de leveranciers
worden gesteld.
- Ontwerpen:
in de loop van een aantal scorecardsessies ontwerpt u samen
met uw managementteam een scorecard, waarbij u de belangrijkste resultaatcategorieën
en daarmee samenhangende maatstaven vaststelt. De belangrijkste resultaatcategorieën
zijn ontleend aan uw bedrijfsstrategie en zijn uniek voor uw organisatie.
Ze bestrijken in de regel gebieden als: financieel succes; loyaliteit van
de klant; marktleiderschap; personeelsontwikkeling; operationele effectiviteit
en gevolgen voor de gemeenschap. Tevens begint u met het vaststellen van
een minimumniveau voor de scorecardmaatstaven en zorgt u voor een drijvende
kracht in de richting van uw eisen en doelstellingen.
- Fine tuning:
in deze fase gebruikt u de scorecard systematisch als middel
om de zakelijke prestaties te kunnen volgen en verbeteren. U verzamelt daarvoor
gegevens en bepaalt de juiste eisen waaraan moet worden voldaan. Tevens
verfijnt u de doelstellingen en maatstaven zodanig dat de relevantie en
de resultaatgerichtheid ervan toenemen.
- Top down implementatie:
de watervalmethode. In deze fase versterkt u
koppelingen, verbetert u de zichtbaarheid van de prestaties op zakelijk
terrein, en brengt u de inspanningen op uitvoerend niveau die tot de zakelijke
doelen moeten leiden, op één lijn. In deze fase voert u werkgroepscorecards
in en beziet u uw managementscorecards op mogelijke overkoepelende maatregelen.
- Scorecards koppelen:
in deze fase koppelt u doelstellingen en maatstaven
aan de afzonderlijke medewerkers. Dat doet u door individuele prestatieplannen
op te stellen, persoonlijke gesprekken met de medewerkers te voeren en te
zorgen voor permanente coaching. De medewerkers koppelen hetgeen zij doen
aan hun resultaten op de scorecards en gebruiken de feedback die zij daarop
krijgen om te komen tot verbeteringen en resultaten die tot het bedrijfsresultaat
leiden.
- Meerwaarde van scorecards versterken:
in deze fase beoordeelt u de effectiviteit
van uw maatstaven op hun validiteit. Daarnaast gaat u na of u wel de juiste
maatstaven aanlegt en of u wel over het juiste aantal daarvan beschikt.
U gaat nu inzien hoe bepaalde maatstaven op uw scorecard met elkaar verband
houden en hoe u aan de touwtjes moet trekken om de gewenste resultaten
te krijgen.
- Weten en meten hoe de organisatie presteert
- Verdere prestatieontwikkeling en -verbetering in de toekomst
Optioneel:
Naast de in de inhoudsopgave genoemde taakspecifieke competenties, komen in deze
training ook de volgende gedragscompetenties uit het Ace! Competentie Ontwikkelingsmodel®
aan de orde:
- Interactie: samenwerken, overtuigingskracht.
- Ondernemen: ondernemerschap, marktgerichtheid, klantgerichtheid.
- Leiding geven: taakgericht leidinggeven, plannen en organiseren,
groepsgericht leidinggeven, delegeren, voortgangsbewaking.
- Persoonlijkheid: aanpassingsvermogen, flexibiliteit, vasthoudendheid.
- Motivatie: resultaatgerichtheid, zelfmanagement, organisatieloyaliteit,
discipline.
- Analyse en besluitvorming: probleemanalyse, oordeelsvorming, besluitvaardigheid,
organisatiesensitiviteit, cognitief en interactief leervermogen, innovatie,
visie.